← Pigeon Magazine · DuivenDNA-koppeltabel
Foto: Willem van Breene · Bewerking: AI / Pigeon MagazineWat kunnen de jongen erven? Neem de uitslagen van de doffer en duivin over uit hun DNA-onderzoek. De uitkomst toont de kansen per marker én de betekenis in gewone duiventaal. Het gaat om eigenschappen waarmee de marker in verband wordt gebracht, niet om rechtstreeks gemeten kwaliteiten.
Deze calculator is Nederlandstalig. Je gegevens worden alleen in deze pagina verwerkt en niet naar ons verstuurd. Je kunt zelf een bestand opslaan.
Bronnen voor deze uitleg
Wetenschappelijk onderzoek: Proskura e.a. (2014, 2015), Shao e.a. (2020), Dybus e.a. (2021, 2023), Kolvenbag e.a. (2022) en Kulig e.a. (2025).
Laboratoriuminformatie: NeorniLab, Animal Genetics en Progenus.
Bij iedere marker staan hieronder de bijbehorende onderzoekslinks. Niet elke bron bevestigt dezelfde kwalificatie: een verband met wedstrijdresultaten is geen rechtstreekse meting van bijvoorbeeld initiatief of volharding.
1. Vul de onderzoeksuitslagen in
Geen uitslag voor een marker? Laat die op ‘Niet onderzocht’ staan. Ringnummers zijn optioneel.
2. Verwachte uitkomst
Elke kans geldt opnieuw voor ieder jong. 50% betekent niet dat precies de helft van één nest dit genotype krijgt. 100% is de theoretische uitkomst bij juiste oudergegevens, volgens eenvoudige Mendeliaanse overerving.
DRD4-1 en DRD4-2 worden apart berekend. Omdat ze in hetzelfde gen liggen, worden hun kansen niet vermenigvuldigd tot één gezamenlijke kans. De calculator geeft geen totaalscore of garantie op vliegprestaties.
Met welke kwaliteit wordt deze marker in verband gebracht?
Hieronder staan de eigenschappen waarmee de markers in verband worden gebracht, voor het interpreteren van de berekening. Een laboratoriumvoorkeur is een selectiehulpmiddel; het percentage jongen met een genotype is geen percentage kans op een kampioen.
LDHA — energie en lactaatstofwisseling
Andere bronnen: Proskura e.a. · onderzoek 2014 · Kolvenbag e.a. · onderzoek 2022
LDHA codeert voor een enzym in de lactaatstofwisseling. NeorniLab beschouwt de A-variant als interessant voor prestatiegerichte selectie; het precieze effect van de geteste variant blijft onduidelijk. Bron: NeorniLab.
DRD4-1 — oriëntatie en initiatief
Andere bronnen: Proskura e.a. · onderzoek 2015 · Animal Genetics · laboratorium
DRD4 betreft dopaminewerking en gedrag. NeorniLab verbindt marker 1 vermoedelijk met oriëntatie en initiatief. Het precieze mechanisme is nog niet vastgesteld. Bron: NeorniLab.
DRD4-2 — karakter en volharding
Andere bronnen: Proskura e.a. · onderzoek 2015 · Kolvenbag e.a. · onderzoek 2022
NeorniLab koppelt marker 2 vermoedelijk aan karakter en volharding en bespreekt de combinatie CT/CT van beide DRD4-markers bij prestaties op de zware fond. Bron: NeorniLab.
Een studie uit 2022 vond een verband met prestaties voor één DRD4-variant, met het grootste effect bij kortere vluchten. De auteurs vragen om bevestiging in grotere, andere duivenpopulaties. Dit ondersteunt geen vaste marathonrangorde. Onderzoek 2022.
CRY1 — biologische klok en mogelijke magnetische waarneming
Andere bronnen: Dybus e.a. · onderzoek 2021
Cryptochromen worden onderzocht als mogelijke onderdelen van magnetische waarneming. In een studie met 129 duiven presteerden AG/TT-duiven gemiddeld beter dan AG/AG-duiven op 100–400 km. Dit was een statistisch verband, geen meting van de kwaliteit van hun kompas. Dybus e.a., 2021.
CASK — zenuw- en spierverbindingen
Andere bronnen: Dybus e.a. · onderzoek 2023
Volgens NeorniLab speelt CASK een rol in celcommunicatie en verbindingen tussen zenuwen en spieren. Het laboratorium brengt de A-variant in verband met vliegvermogen en noemt AA interessant voor de kweek. Dit is de laboratoriuminterpretatie, geen gegarandeerde prestatieverbetering. Bron: NeorniLab.
LRP8 — geheugen, leren en ruimtelijke oriëntatie
Andere bronnen: Shao e.a. · genoomonderzoek 2020 · Kulig e.a. · onderzoek 2025
NeorniLab verbindt LRP8 met zenuwverbindingen, geheugen en ruimtelijk inzicht en noemt TT interessant voor de kweek. Bron: NeorniLab.
GSR — mogelijke bijdrage aan magnetische oriëntatie
Andere bronnen: Shao e.a. · genoomonderzoek 2020 · Kulig e.a. · onderzoek 2025
GSR codeert voor glutathion-disulfide-reductase. NeorniLab brengt de T-variant in verband met magnetische waarneming en navigatie en noemt TT interessant voor de kweek. Bron: NeorniLab.
Bronnen geraadpleegd op 23 oktober 2026. Laboratoriuminterpretaties zijn als zodanig aangegeven; onderzoeksuitkomsten gelden voor de onderzochte groepen en afstanden.
Aanvullende bronnen en onderbouwing
De uitleg combineert laboratoriuminterpretaties met oorspronkelijk onderzoek. Meerdere websites kunnen hetzelfde onderzoek bespreken; dat telt niet als meerdere onafhankelijke bevestigingen.
LDHA — energiehuishouding
Proskura e.a., 2014 onderzochten LDHA-varianten en wedstrijdresultaten. Eén van de drie onderzochte varianten vertoonde een verband met prestaties. Dit is geen rechtstreekse meting van uithoudingsvermogen.
DRD4 — gedrag en wedstrijdprestaties
Proskura e.a., 2015 onderzochten de relatie tussen DRD4 en vliegprestaties. Ook Animal Genetics bespreekt dit onderzoek, met statistische ondersteuning op kortere en middellange afstanden. De specifieke woorden ‘initiatief’ en ‘volharding’ blijven interpretaties, geen afzonderlijk bewezen karaktermetingen.
CASK — voorlopige aanwijzingen
Dybus e.a., 2023 onderzochten 517 duiven, waaronder een groep van 311 jonge postduiven voor de prestatieanalyse. AA kwam vaker voor bij postduiven dan bij andere duiven. De auteurs vragen verdere bevestiging van de betekenis van de variant voor vliegprestaties.
LRP8 en GSR — navigatieonderzoek
Shao e.a., 2020 vonden in genoomonderzoek kandidaatgenen voor het thuiskomvermogen, waaronder LRP8 en GSR. LRP8 wordt verbonden met ruimtelijk leren en geheugen. Dit onderzoek is geen individuele kwaliteitstest van een duif. Onderzoek uit 2025 vond een prestatieverband voor LRP8-GT; de sportbetekenis van de onderzochte GSR-variant vraagt verdere bevestiging.
Andere laboratoriumbron
Progenus biedt eveneens deze markers aan met omschrijvingen zoals oriëntatie, geheugen, uithoudingsvermogen en sportief potentieel. Dit toont dat de termen ook elders worden gebruikt; een productomschrijving is op zichzelf geen wetenschappelijk bewijs.
Zo lees je de uitkomst: de percentages berekenen de overerving van DNA-varianten. De uitleg beschrijft de kwaliteiten waarmee die varianten mogelijk verband houden. Die twee zijn niet hetzelfde.